Op de vlucht voor gebakken lucht.
Vang de walm van gebakken lucht, die hangt aan je lippen. Die stroomt langs neusvleugels tot aan de stam, om jouw kern te misleiden. Hap je toe dan ontstaat er kortsluiting, waarna hij behendig de hamer ontwijkt en via de kamers in je oren als stoom verdwijnt. En wat het heeft bereikt, is een smachtend verlangen naar meer, nog een keer en steeds maar weer. Je bent er ingetuind, geen zwart schaap dat de kudde verlaat, maar gestaag doordraafd naar de opeenvolgende verleiding.